Ingebouwde geluidskaarten in D&R Airlite

De Airlite beschikt over meerdere ingebouwde geluidskaarten met een input- en outputsignaal. Deze voegen in totaal vijf afspeel- en vijf opnameapparaten toe aan Windows. De geluidskaarten worden via twee USB-poorten aangesloten op je computer. Deze USB-poorten zijn voorzien van het label ‘USB Main’ en ‘USB VoIP’. 

In het artikel D&R Airlite aansluiten vind je nuttige informatie voor het selecteren en aansluiten van de USB-kabels. Niet alle kabels zijn namelijk geschikt. In dit artikel beginnen we met het aansluiten van de VoIP-poort. Daarna sluiten we de Main-poort aan en bekijken we welke gevolgen dit heeft voor de audioapparaten in Windows. 

USB VoIP-aansluiting

VoIP staat voor Voice over IP. Dit is een protocol voor het verzenden van spraak over het internet. De Airlite is uitgerust met VoIP-technologie, waardoor je eenvoudig bellers in de uitzending kunt halen via software zoals Microsoft Teams, Skype, Zoom en Cleanfeed. 

De VoIP-hardware in de airlite heeft een eigen USB-aansluiting. Wanneer je deze op je computer aansluit, worden er twee nieuwe audioapparaten toegevoegd aan Windows: Een nieuw afspeelapparaat en een nieuw opnameapparaat.

Je kunt deze apparaten terugvinden in het venster ‘Systeemgeluiden’ van Windows 10. Weet je niet hoe je ‘Systeemgeluiden’ kunt openen? Lees dan eerst de uitleg over audioapparaten beheren in Windows

Afspeelapparaat Luidsprekers (Airlite VoIP)
Afspeelapparaat 'Luidsprekers' (Airlite VoIP)
Opnameapparaat Microfoon (Airlite VoIP)
Opneemapparaat 'Microfoon' (Airlite VoIP)

VoIP afspeelapparaat

Het geluid dat door je computer wordt verzonden naar ‘Luidsprekers (Airlite VoIP)’, komt op de Airlite binnen op kanaal 8. In de meeste telefoniesoftware, zoals Teams of Zoom, kun je een afspeelapparaat of speakers kiezen. Door hier te kiezen voor ‘Luidsprekers (Airlite VoIP)’ komt de beller binnen op kanaal 8 van de Airlite. 

Niet alle programma’s bieden de mogelijkheid om een afspeelapparaat te selecteren. De gratis versie van Cleanfeed is een voorbeeld van een programma waarin je geen apparaat kunt kiezen. Dergelijke programma’s sturen hun output naar het standaard afspeelapparaat van Windows. In het venster ‘Systeemgeluiden’ kun je 1 apparaat als standaard instellen via de rechtermuisknop. Je herkent het standaard apparaat aan het groene vinkje. (zie bovenstaande afbeeldingen). 

Ik heb ‘Luidsprekers (Airlite VoIP)’ als standaard afspeelapparaat ingesteld in Windows. Alle audio van mijn computer wordt hierdoor naar kanaal 8 gezonden, tenzij ik in mijn software een ander afspeelapparaat kies, zoals later nader wordt uitgelegd. 

Audio Settings in Zoom
In Zoom kun je zelf apparaten kiezen voor opnemen en afspelen.
Audio Settings in Cleanfeed
In de gratis versie van Cleanfeed kun je geen apparaten selecteren.

VoIP opnameapparaat

Het retoursignaal dat door de Airlite wordt verzonden naar de computer, komt binnen op het opnameapparaat ‘Microfoon (Airlite VoIP)’. De Airlite stuurt de signalen van alle kanalen, behalve kanaal 8, terug naar de computer. Dit is een ‘n-1’ of ‘cleanfeed’ signaal. Het geluid van kanaal 8 (lees: de beller) wordt niet teruggestuurd omdat het anders gaat rondzingen. Dit is belangrijk wanneer je ‘Luidsprekers Airlite VoIP’ gebruikt om bijvoorbeeld audiofragmenten te laten horen: Deze audio is voor de beller niet hoorbaar. Als je fragmenten wilt laten horen aan je beller, kun je een van de andere kanalen van de Airlite gebruiken.

VoIP apparaten hernoemen

Op dit moment is het nog wel duidelijk met welke fader dit apparaat correspondeert, maar na het aansluiten van de main-kabel in de volgende stap, heb je straks vijf apparaten met dezelfde naam (‘Luidsprekers’). Dat maakt het instellen van je playoutsoftware erg lastig. In je playoutsoftware wil je bijvoorbeeld instellen dat het geluid van player 1 wordt verzonden naar kanaal 4 en het geluid van player 2 naar kanaal 5. Om te zorgen dat je de kanalen in Windows kunt onderscheiden, hernoem ik elk afspeelapparaat zodat deze de naam van het kanaal weergeeft. Daarom hernoem ik ‘Luidsprekers (Airlite VoIP’) naar ‘AIRLITE KANAAL 8’. Dit doe je door met de rechtermuisknop op het apparaat te klikken. Kies vervolgens voor ‘Eigenschappen’. In het venster dat nu wordt geopend verander je ‘Luidsprekers’ in ‘AIRLITE KANAAL 8’. 

Eigenschappen van Luidsprekers (Airlite VoIP)
De standaardnaam van Windows.
Eigenschappen van Airlite kanaal 8 (Airlite VoIP)
De aangepaste naam met verwijzing naar het kanaal.

Herhaal deze stap voor het opnameapparaat. Wijzig de naam van ‘Luidsprekers’ in ‘VOIP’. Hierna zien de tabbladen er als volgt uit.

Afspeelapparaat AIRLITE KANAAL 8 na hernoemen
De naam correspondeert nu met de input van de mixer.
Opnameapparaat VOIP na hernoemen
De naam correspondeert nu met de output van de mixer.

USB Main-aansluiting

Wanneer je de tweede USB-poort van de Airlite (met label ‘USB Main’) aansluit op de computer, worden er vier nieuwe afspeelapparaten en vier nieuwe opnameapparaten toegevoegd aan Windows. Er is trouwens geen directe relatie tussen deze afspeel- en opnameapparaten. De afspeelapparaten corresponderen met faders (ook wel modules genoemd) op de Airlite, maar dat geldt niet voor de opnameapparaten. In de Airlite wordt audio gerouteerd naar een specifieke ‘audio bus’. Er zijn (naast VoIP) vier audio busses beschikbaar. Elke bus stuurt zijn audio naar een eigen opnameapparaat in Windows. Daarover lees je hieronder meer. 

Afspeelapparaten Airlite na installatie (compleet)
Afspeelapparaten na aansluiten VoIP en Main.
Opnameapparaten Airlite na installatie (compleet)
Opnameapparaten na aansluiten VoIP en Main.

Main afspeelapparaten

De Main-poort voegt vier nieuwe afspeelapparaten toe. Elk apparaat kan audio verzenden naar een van de USB-kanalen op de Airlite: Kanalen 4 t/m 7 zijn speciale USB-kanalen waarmee je met een schakelaar boven het kanaal kunt wisselen tussen de line-ingang en de  USB-ingang. De apparaten worden door Windows in een willekeurige volgorde toegevoegd. Het eerste kanaal dat wordt toegevoegd heet ‘USB AUDIO CODEC’, het volgende kanaal krijgt een volgnummer (‘2- USB AUDIO CODEC’) en zo verder. Deze nummers corresponderen niet met de kanaalnummers op de Airlite en de nummers wijzigen als je de kabel aansluit op een andere USB-poort van je computer. Dit maakt het lastig om in je playoutsoftware in te stellen naar welk kanaal je bepaalde audio wilt sturen. Ik wijzig daarom de naam van elk apparaat zodat deze overeenkomt met het kanaalnummer op de Airlite. Hiervoor moet je eerst testen naar welke fader de verschillende apparaten hun audio sturen.

Main afspeelapparaten testen en hernoemen

Je kunt als volgt achterhalen bij welk Airlitekanaal elk apparaat hoort:

  • Sluit een CRM of hoofdtelefoon aan;
  • Actieve speakers zijn vaak voorzien van een volumeregeling. Draai deze open en schakel de speakers indien nodig in;
  • Draai het corresponderende volume op de Airlite (‘Phones’ of ‘CRM’) een klein beetje open;
  • Open de Gain boven elk kanaal tot halverwege (’12 uur’);
  • Stel de inputschakelaar net onder de Gain voor kanalen 4 t/m 8 in op ‘USB’ (het lampje in de schakelaar wordt rood).;
  • Zorg dat er geen ‘Cue-schakelaars’ zijn ingedrukt;
  • Schakel de ‘On-knop’ boven kanalen 4 t/m 7 in zodat het kanaal actief is. Het lampje in de schakelaar wordt groen.; 
  • Open de faders van kanalen 4 t/m 7; 
  • Klik met de rechtermuisknop het eerste apparaat in Windows en kies ‘Testen’.
Afspeelapparaat testen
Verzend een testgeluid naar het apparaat.

Er wordt een kort testgeluid naar de Airlite verzonden. De Master-meter op de Airlite slaat uit en het geluid is te horen op je hoofdtelefoon en/of CRM. Het geluid duurt maar 1 á 2 seconden. Herhaal de stap ‘Testen’ als je niets hebt gehoord. 

Hoor je geen geluid en zie je de Master-meter niet uitslaan? Volg dan onderstaande stappen: 

  • Controleer in Windows of het volume is ingesteld op 100% en ‘mute’ (dempen) is uitgeschakeld;
  • Controleer of de ‘line/USB’-schakelaar boven het kanaal is ingedrukt en rood kleurt; 
  • Controleer of de faders van kanaal 4, 5, 6 en 7 volledig bovenaan (op ‘0’) staan;
  • Druk nogmaals op de ‘On-switch’ van elk kanaal om deze van kleur te laten veranderen en herhaal de test. 

Zie je de Master-meter nog niet uitslaan? Dan is mogelijk de Cue-functie ingeschakeld. 

  • Druk op ‘Cue-reset’ (rechts van de ‘Phones potmeter’) om de Cue uit te schakelen.

Voer de test nogmaals uit. Slaat de Master-meter nu wel uit maar hoor je nog niets? Dan is het volume mogelijk te zacht.

  • Controleer of je speakers zijn ingeschakeld en de volumeknop is geopend;
  • Draai de gain boven het kanaal en/of het volume van ‘Phones’ of ‘CRM’ geleidelijk harder terwijl je de test herhaalt.
Als je het testgeluid hoort, kun je bepalen uit welke fader het geluid komt. Gebruik de ‘On-knop’ om kanalen 5 t/m 7 inactief te maken (laat de fader open). Kanaal 4 is nu als enige actief. Voer de test uit op de verschillende ‘USB AUDIO CODEC’-apparaten tot je geluid hoort. Dat apparaat correspondeert met kanaal 4. Klik met de rechtermuisknop op het kanaal en kies ‘Eigenschappen’. In het venster dat nu wordt geopend, kun je de naam van het apparaat wijzigen naar een logischere naam. Ik gebruik ‘AIRLITE KANAAL 4’ t/m ‘AIRLITE KANAAL 7’. Herhaal deze stappen voor modules 5, 6 en 7. 
Eigenschappen van Luidsprekers
De standaardnaam van Windows.
Eigenschappen van Airlite kanaal 4
De aangepaste naam met verwijzing naar het kanaal.

Main opnameapparaten

De Main-poort voegt ook vier nieuwe opnameapparaten toe. Elk apparaat ontvangt een specifiek signaal van de Airlite: 
 
  1. Main program signaal
  2. Aux signaal
  3. Voicetrack signaal
  4. (Off-)Air signaal

Het Main signaal bevat alle outputsignalen van de Airlite. Dit is het signaal dat we later gebruiken als input voor onze streamingsoftware op de PC. 

Het Aux signaal kun je voor allerlei doeleinden gebruiken. Bijvoorbeeld om galmeffecten toe te voegen via een extern apparaat. De Airlite beschikt over input- en outputconnectors t.b.v. het Aux-signaal. Hier kun je een galmapparaat op aansluiten. Het signaal dat naar deze outputconnectors gaat, wordt ook verzonden naar de USB Aux.

Het Voicetrack signaal kun je gebruiken om het signaal van de microfoonkanalen (1 t/m 3) buiten het main program signaal naar je PC te sturen. Zo kun je Voicetracks inspreken terwijl de mixer wordt gebruikt voor een uitzending. 

Het Air signaal is gekoppeld aan de Air-inputs van de Airlite. Hier kun je je soundprocessor (zoals een Orban) op aansluiten. Via de ‘Cue Air’-knop kun je dan luisteren hoe het signaal na processing klinkt. Dit signaal wordt dan ook naar je PC gestuurd.

Main opnameapparaten testen en hernoemen

Je kunt als volgt achterhalen bij welke signaalbus elk apparaat hoort:

  • Open de Gain boven elk kanaal tot halverwege (’12 uur’);
  • Zorg dat er geen ‘Cue-schakelaars’ zijn ingedrukt;
  • Draai de Gain ‘Aux Send’ in de mastersectie naar 0;
  • Draai de Gain ‘VoIP Send’ in kanaal 8 naar 0; 
  • Sluit een apparaat aan op een module. Schakel deze module in (lampje wordt groen) en open de fader;
  • Speel iets af en controleer of de Master-meter op de Airlite uitslaat;
  • Je ziet in Windows nu de meter van een van de opnameapparaten uitslaan. Dit apparaat is gekoppeld aan de Main-bus; 
  • Wijzig de naam van dit apparaat in ‘MAIN’.
Opnameapparaat MAIN na hernoemen
De Main program bus in actie.

Nu we de Main-bus hebben gevonden, gaan we verder met de Aux-bus:

  • Houd het kanaal dat je net gebruikt hebt actief en voorzien van een signaal;
  • Draai de Gain ‘Aux Send’ in de mastersectie naar 10;
  • Draai de Gain ‘Aux’ van het kanaal waarmee je aan het testen bent naar 10; 
  • Het apparaat dat nu uitslaat, is gekoppeld aan de Aux-bus. Wijzig de naam in ‘AUX’. 
Opnameapparaat AUX na hernoemen
De Aux bus in actie.

Hierna zoeken we de Voicetrack-bus:

  • Draai de ‘Aux Send’ en ‘Aux’ boven het kanaal uit de vorige stap terug naar 0;
  • Gebruik kanaal 1, 2 of 3 aangezien deze voicetracking ondersteunen;
  • Voorzie een van deze kanalen van een signaal van een apparaat of microfoon en open de fader; 
  • Houdt de ‘On’ knop van het kanaal ongeveer 2 seconden ingedrukt tot deze gaat knipperen; De module is nu in ‘Voicetrack modus’;
  • Het apparaat dat nu uitslaat, is de Voicetrack (VT) bus. Wijzig de naam in ‘VT’. 
Opnameapparaat VT na hernoemen
Voicetracking (VT) vanaf module 1, 2 of 3,

Het ‘Line/Lijn’-apparaat dat nu overblijft ontvangt de output van de Air-bus (pun intended):

  • Wijzig de naam in ‘AIR’. 
Opnameapparaat AIR na hernoemen
Het (Off-)Air signaal is nog niet actief.

Als alles goed is gegaan, heb je nu de volgende apparaten:

Afspeelapparaten (gereed)
Airlite afspeelapparaten klaar voor gebruik!
Opnameapparaten (gereed)
Airlite opnameapparaten klaar voor gebruik!

Je kunt nu audio tussen je PC en de Airlite verzenden en ontvangen. Om bedieningscommando’s uit te wisselen (zoals faderstart en of jingles starten met de controlknoppen), installeer je nu het hulpprogramma Airlite Control.